Marktrapport
Tekort aan arbeidskrachten in de bouw
Ontdek de effecten van het tekort aan arbeidskrachten op de Europese bouw, van vertragingen in projecten tot stijgende kosten, en leer hoe de sector zich aanpast aan deze uitdagingen.
Blogs I gepubliceerd 12 February 2026 I Dirk Hoogenboom
Het tekort aan arbeidskrachten verandert de Europese bouw
Het tekort aan arbeidskrachten verandert de Europese bouw
Als je de professionals vraagt waar hun kijk op de grote vragen vandaan komt, zal niemand een artikel over thought leadership zeggen. Ze worden meestal afgezet tegen een snelle en praktische blik op de dagelijkse gang van zaken; wie komt er op locatie, wat is er vertraagd en of het plan van vandaag nog steeds zinvol is. Soms is dat zo. Vaak niet, en het werk moet hoe dan ook gedaan worden. Maar er zijn minder handen om het te doen en minder geduld voor dingen die fout gaan.
Veranderingen in de bouw komen tot uiting in beheersbare wrijving. Je past je aan, herschikt de zaken, doet een beroep op wie er beschikbaar is en houdt het werk op gang. Na verloop van tijd worden die dagelijkse aanpassingen echter nieuwe manieren van werken. Dat is de achtergrond van de nieuwste gegevens van de European Contractor Monitor H2-2025. De gebruikelijke verdachten – technologie, processen of planning – zijn niet waar iedereen op reageert. Het gaat om het tekort aan arbeidskrachten.
Arbeidstekort bovenaan de Trendlijst
Toen aannemers werd gevraagd welke trend de bouwsector de komende tien jaar het meest zal veranderen, kwam het tekort aan arbeidskrachten in heel Europa met 24% als belangrijkste factor naar voren, gevolgd door duurzame materialen (15%), AI (10%) en groene gebouwen (12%).
Fig. 1: De trend waarvan aannemers verwachten dat deze de bouwsector de komende tien jaar het meest zal veranderen, Europees gemiddelde.
Dat is de kop. Maar de details van het land zijn waar het scherper wordt:
- 52% van de Italiaanse aannemers geeft aan dat het tekort aan arbeidskrachten de belangrijkste trend is die de sector beïnvloedt
- Spanje volgt met 30%, eveneens ruim boven het Europese gemiddelde
- Daarentegen liggen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland onder het Europese gemiddelde (met respectievelijk 7% en 10%), hoewel er nog steeds tekorten bestaan
De verschillen weerspiegelen vooral hoe direct de beschikbaarheid van arbeid de levering in elke markt beïnvloedt. Waar tekorten acuut zijn, verdringen ze al het andere.
Tekorten gaan niet weg
Op Europees niveau geeft slechts ongeveer een kwart van de aannemers aan helemaal geen tekort aan arbeidskrachten te ondervinden. Omgekeerd betekent dit dat ongeveer drie op de vier aannemers in zekere mate met beperkingen te maken hebben.
Als we terugkijken op de afgelopen jaren, verandert het beeld niet veel. Van 2023 tot en met 2025 bleef het tekort aan arbeidskrachten relatief stabiel in plaats van dat er sprake was van verbetering, terwijl het percentage aannemers dat een tekort meldde niet echt is gedaald.
Spanje springt er opnieuw uit. Aannemers daar melden steevast de meest uitgesproken tekorten, waarbij een groot deel kiest voor een kwalificatie – matig tot extreem. Ook Italië blijft onder druk staan. Duitsland en het VK zitten dichter bij het Europese gemiddelde, maar nog steeds aan de negatieve kant van de balans. Op dit moment lijken de meeste aannemers niet meer te verwachten dat de situatie zal verbeteren. De stemming is verschoven van hoopvol ‘wat’ naar praktisch ‘hoe’. In plaats van de storm af te wachten, werken ze ermee – maken ze er deel van uit.
Tekorten dringen door in de toeleveringsketen
Arbeidsbeperkingen stoppen niet bij de loonlijst van een aannemer. In plaats daarvan breiden ze zich naar buiten uit. Toen aannemers werd gevraagd naar het tekort aan arbeidskrachten bij andere bedrijven die betrokken zijn bij hun projecten – zoals leveranciers, onderaannemers of partners – werd het beeld veel slechter, heel snel.
- In heel Europa meldt 61% dat er ergens in hun projectecosysteem tekorten zijn
- Spanje valt opnieuw op, met een verschil van -90% tussen „geen tekort“ en „enig tekort“
- Italië, Frankrijk en België laten ook sterke negatieve saldi zien, wat bevestigt dat de tekorten systemisch zijn en niet geïsoleerd.
Dit is belangrijk omdat het de foutmarge wegneemt. Zelfs als een aannemer erin slaagt om zijn eigen personeelsbestand te stabiliseren, kan het werk nog steeds stagneren als een belangrijke handelspartner niet kan komen opdagen wanneer dat nodig is. Op dat moment worden vertragingen niet zozeer veroorzaakt door slechte planning als wel door een gebrek aan beschikbare capaciteit over de hele linie.
Technologieverwachtingen blijven selectief
Als er niemand meer overblijft om te werken, richten de blikken zich op technologie. Maar de verwachtingen zijn selectief. Aannemers noemen in de eerste plaats prefabricage (18%), gevolgd door automatisering en robotica met 11%, terwijl BIM en AI verder achterblijven. Een meer somber gestemde 23% van de aannemers zegt dat er helemaal geen digitale oplossing is voor het tekort aan arbeidskrachten.
Die combinatie is veelzeggend. Aannemers zijn niet tegen technologie, maar ze verwachten ook niet dat het alles oplost. Dat is waarschijnlijk de reden waarom prefab het meest zinvol is; het vermindert de pieken in de arbeid op locatie en voegt voorspelbaarheid toe. Daarbuiten neemt het enthousiasme snel af.
AI ondersteunt planning
Ondanks een overweldigende buzzy markt zetten aannemers AI niet echt in waar de bouw fysiek is. Ze gebruiken het waar de arbeidsdruk cognitief is.
Bij aannemers die al gebruikmaken van AI of verwachten dit binnen de komende drie jaar te gaan doen (44% van het totale aantal), concentreert het gebruik zich doorgaans op drie gebieden:
Fig. 2: Waar aannemers die AI gebruiken of verwachten te gaan gebruiken, deze technologie toepassen; EU-gemiddelde.
Het aandeel van bouw op locatie bedraagt amper 5%. Italië springt hier weer in het oog. Van de aannemers die AI gebruiken of van plan zijn te gaan gebruiken, verwacht 75% AI in te zetten bij planning en ontwerp, 42% bij ramingen en kostenplanning en 38% bij projectmanagement.
Dat heet drukverlaging. Planning, schatting en coördinatie zijn precies de punten waarop een tekort aan arbeidskrachten lastig wordt, omdat fouten zich stroomafwaarts vermenigvuldigen.
Opvallend is dat 18% van de Europese aannemers aangeeft helemaal geen gebruik te willen maken van AI, en 11% weet het niet. Men kan gerust stellen dat de toepassing ervan zeer selectief is.
Robotica aan de fysieke kant
De toepassing van robotica is nog beperkter, voorzichtiger en meer taakgericht. Bij aannemers die al gebruikmaken van robotica of van plan zijn dit te gaan doen (zo’n 27% van de respondenten), concentreren de toepassingen zich op repetitieve, zware of modulaire taken:
- metselwerk – 26%
- montage van modules – 23%
- schilderwerk/afwerking – 16%
Spanje loopt voorop wat betreft de verwachtingen ten aanzien van robotica bij metselwerk (62%). Nederland en België hebben hogere verwachtingen op het gebied van modulaire montage (37-40%). Tegelijkertijd geeft 6% van de aannemers aan helemaal geen gebruik te willen maken van robotica, en weet 10% het niet.
Nogmaals, geen goudkoorts hier. Robotica is zinvol als het werk herhaalbaar en gecontroleerd is. Op gevarieerde, eenmalige locaties zijn ze veel moeilijker te rechtvaardigen. De meeste aannemers lijken ze eerder te behandelen als een gericht hulpmiddel dan als een brede oplossing.
De kern van de zaak
Alles bij elkaar ziet het rapport een sector die zich op praktische manieren aanpast. Er zit geen grote ommezwaai verstopt in de cijfers, alleen een gestage reactie op een simpele realiteit – er is minder arbeid beschikbaar dan vroeger en iedereen zoekt uit hoe daar omheen te werken zonder de zaken ingewikkelder te maken.